Taalbeleid

talenbeleid
Wij vinden het belangrijk dat anderstalige kinderen zo goed mogelijk de kans krijgen om de Nederlandse taal te verwerven. Wij zijn ervan overtuigd dat hoe meer kinderen in contact komen met een taal, hoe beter zij die kunnen leren. Op school zien wij er dan ook op toe dat de kinderen zowel in de klas als op de speelplaats Nederlands praten met elkaar. We stimuleren hen en hun ouders om ook buiten de school zo veel mogelijk met de Nederlandse taal in contact te komen door o.a. Nederlandstalige boeken en televisieprogramma’s, hobbyclubs of speelpleinwerking waar Nederlands gesproken wordt.

Het is belangrijk dat kinderen omgeven worden door juiste taal, waardoor het niet zinvol is ouders aan te sporen Nederlands te spreken met hun kinderen indien zij dit zelf onvoldoende beheersen.

Op school wordt de hele dag door Nederlands gesproken waardoor kinderen automatisch taal opdoen. Bij kleuters en leerlingen die minder taalvaardig zijn, is dit een proces dat erg veel tijd vraagt en niet altijd loopt zoals gewenst of verwacht. De leerkrachten en de kleuterjuffen in het bijzonder, besteden dan ook erg veel aandacht aan extra taalstimulering in de vorm van spel, doelgerichte activiteiten en interactie.

Wanneer een klasleerkracht bijkomende (taal)ondersteuning krijgt, kiezen we ervoor dit klasintern te organiseren. Mee spelen met kleuters, praten en reactie uitlokken, meermaals vertellen van een verhaal en herhalingsmomenten, zijn slechts een greep uit de activiteiten die wij als het meest zinvol ervaren.

Vanuit ons pedagogisch opvoedingsproject willen wij inspelen op de verscheidenheid bij de kinderen.

Wij zijn ervan overtuigd dat bijkomende ondersteuning voor kinderen met een thuistaal die verschillend is van het Nederlands dit helpt te verwezenlijken.

terug